fotografie Wim van Velzen - artikelen





'You must have a good marriage...'

verslag van een reis naar de Hebrides

deel 2: Leòdhas


deel 1: wie er gingen en waarheen
deel 3: Na Hearadh
deel 4: An t-Eilean Sgitheanach agus Loch Ailse

 

Lucht en leegte

Steòrnobagh doet verrassend stads aan voor een plaats met 6000 inwoners. Een groot aantal scholen, het ziekenhuis, de omroepgebouwen van Telebhisean nan Gaidheal, alles werkt aan die indruk mee - en natuurlijk ook het feit dat we tweemaal achter elkaar verdwaalden. Aardig is dat bijna geen winkel behoort tot een grote keten. Alles is pretentieloos zichzelf.
Naast de drukke haven en het boomrijke park van Lews Castle is er niet veel vertier, maar dat stoort ons allerminst. [ Het feit dat de aanwezigheid van een park al als teken van vertier kan worden opgevat, is veelzeggend! ]

Zodra je het eerste cattle grid overgaat kom je in het achterland, waar de stadse mensen wat op neer kijken. Opmerkelijk is dat bijna alle huizen dicht bij de kust gebouwd zijn, vaak in langgerekte townships, met elk een eigen stuk grond. De huizen zijn vooral praktisch, met achter op het erf niet zelden de restanten van het oude taigh dubh (black house), al dan niet in gebruik als schuur.
Bijzonder zijn de shielings, kleine huisjes in het binnenland waar in vroeger dagen de familieleden verbleven die op het vee pasten. Ze komen nog steeds van pas tijdens het turfsteken of bij het vissen.

Praktisch het hele binnenland bestaat uit veen, meren en enkele rotsige heuvels. Al sinds eeuwen zijn er geen bossen meer; enkele huizen worden beschermd door een haag, verder is er geen boom te zien. Enkele pogingen van de Forestry Commission om hier productiebos aan te leggen, hebben door bepaalde insectenplagen schipbreuk geleden. Wellicht zou herstel van de oorspronkelijke vegetatie kansrijker zijn, maar daar lijkt niet veel animo voor te bestaan.
Overigens is het in al zijn leegte niet per se troosteloos. Talloze tinten en vormen wisselen elkaar af. Wanneer de wolken laag door de lucht glijden krijgt het land een melancholieke zachtheid.

De kust is nooit ver en altijd grillig. Als je water ziet, moet je eerst kijken of de typische band zeewier net boven de waterlijn er ligt. Zo ja, dan is het zee, zo niet, dan is het zoetwater. Veel zeearmen zijn gevuld met schier- en reguliere eilanden. Land en zee lopen overal in elkaar over.
Het mooist zijn de kliffen, vaak met eenzame voorposten in zee. Her en der liggen de prachtigste zandstranden. Dit is het thuis van talloze vogels - geen mens die met een handdoekje op het strand gaat liggen.


just passing by

We verblijven vijf nachten op een van de weinige campings op Leòdhas, die van Cnip (vlak bij Bhaltos). Elders kun je gerust wild camperen, maar hier kent men de luxe van douches en afwasbakken, nou ja vier douches en één afwasbak. Overigens meer dan genoeg voor alle kampeerders.
De camping beslaat een paar honderd meter duin, waar je heerlijk ruim kunt staan. Enkele caravans staan met touwen en reuzeharingen vastgesjord om het hele jaar door de stormen te kunnen weerstaan: veel campinggasten komen uit de stad - Steòrnobagh.

De receptie bestaat uit een viermaal daags rondrijdende oude Escort met een bejaard echtpaar. De man vraagt me, in het trage Engels dat veel ouderen hier hebben, hoe lang we denken te blijven. Ik antwoord dat we het nog niet weten, maar in ieder geval een dag of drie. Dan moesten we het maar zeggen wanneer we het wel weten, dan kunnen we in één keer afrekenen. Vooruitbetaling wil hij niet, dat is maar overbodige moeite.

Het is waarschijnlijk door hun lethargische manier van doen dat ik niet kan nalaten me af te vragen hoe deze beide mensen naar ons toeristen kijken.
We voelen ons zondermeer welkom, daar niet van. Maar begrijpen ze waarom iemand huis en haard verlaat om nu juist een paar weken naar hùn eiland te gaan? Of zit ik er helemaal naast en vinden ze het zelf een prachtig land, dat iedereen moet zien? Of vinden ze het wel best en maken ze thuis al plannen voor een najaarsvakantie naar Ibiza?
Hun bezigheden vinden ze klaarblijkelijk volkomen vanzelfsprekend. Met pensioen gaan is hier waarschijnlijk niet de gewoonte. Een mens doet wat hij kan, in zijn eigen tempo. Eigenlijk wel zo gezond.


Dezelfde vraag hoe naar ons toeristen gekeken wordt, dringt zich ook op bij ons bezoek aan de Clachan Chalanais en de Dùn Charlobhaigh (Calanais Stones en Carloway Broch).
Al duizenden jaren staan deze monumenten van menselijke inspanning er en hebben ze talloze generaties aan zich voorbij zien trekken. De broch is met zijn tweeduizend jaar overigens eigenlijk nog een broekie - de stenen van Calanais stonden toen hij gebouwd werd, al meer dan drieduizend jaar overeind!

   

Wat zouden zij er van vinden dat dagelijks zoveel mensen zich aan hen vergapen? Zeggen ze over een tijdje tegen elkaar: 'Weet je nog, eind twintigste, begin een-en-twintigste eeuw? Al die toeristen? Gelukkig werd het daarna weer rustiger...'
Zo te zien doet het ze niet veel, maar ik denk dat ze al die aandacht eigenlijk wel leuk vinden. Ze zijn tenslotte gebouwd om te imponeren.

In Calanais is er, net naast de stenen, een taigh dubh omgebouwd tot tearoom. De sfeer voelt er meteen vertrouwd aan. Ondanks enkele retro-features blijkt ook deze plaats meegesleurd in de vaart der volkeren. De vuilnisbak buiten is van precies hetzelfde merk en type als thuis; men serveert er panini en caffé laite. De verhouding toerist:inboorling is minimaal 10:1.
Wel een beetje flauw van me, overigens, om net te doen of dit het toppunt van globalisering is. Het is echt een prima tearoom met goede soep en homemade scones!

Sowieso gek eigenlijk, toerisme. Je gaat ergens heen om iets te zien en een sfeer te proeven, die met je aanwezigheid echter verandert en verdunt. Op de meer toeristische plekken in de hooglanden wordt de sfeer dan weer geforceerd opgeschroefd met diverse smaakversterkers, als bagpipers en souveniersupermarkten. Op zich niet eens oneetbaar, maar alles smaakt op een gegeven moment wel hetzelfde, met dezelfde plaids en dezelfde grappige ansichtkaarten van noord tot zuid.
Ik prijs me gelukkig dat deze eilanden het zonder deze E-nummers kunnen stellen.


Niet dat globalisering overigens alleen kwalijke kanten zou hebben. Als onze auto [ OK, ook al een vermaledijd product van onze cultuur ] bij het schakelen steeds meer geraas begint te maken, is het toch een hele geruststelling dat er ter plaatste een Renault garage is, compleet met laptop-diagnose-unit. De potentiometer blijkt kapot, maar paniek onnodig. Dat ding kan prima gemist worden; een soort blindedarm, maar dan van de auto.
De aanwezigheid van dit soort computerapparatuur in de garage verrast me. Onbewust reken ik blijkbaar toch een op een ouderwetse werkplaats, waar men de elektronica met Engelse sleutels en lasapparaten te lijf zou willen gaan. Silly me...


een tweede huis?

Meermalen hebben we gedacht aan een tweede huis ergens in Schotland, of om meteen maar helemaal te emigreren. Niet dat we ooit werkelijk serieuze plannen hebben gehad, maar als we nog eens ... dan ...
Meestal wuiven we dat soort plannen snel weer weg, omdat je als toerist nu eenmaal niet weet hoe het zou zijn om daar werkelijk alle dagen van het jaar te wonen en te werken. Van een mooi landschap alleen kun je tenslotte niet leven.
Op Le˛dhas drong die onvoorstelbaarheid zich nog meer op dan op het vasteland. Als Nederlandse stedeling (nou ja, Veenendaal is geen echte stad, maar we hebben wel een eigen supermarkt) zou het ons waarschijnlijk nog wel lukken om ons aan te passen aan het lokale 'voorzieningenniveau'. Maar welke invloed hebben weer en landschap op den duur? Kun je jezelf zomaar overplaatsen naar een zo ander deel van de wereld?
En hoe aardig de mensen hier ook zijn (vriendelijker dan de meeste Nederlanders) - kun je zelf ooit hier deel van de gemeenschap uit maken? Laten de mensen je toe in hun leven, en ook: ben je in staat jezelf voor hen open te stellen?

Kortom: we ontmaskeren onszelf al snel weer als naïeve escapisten en keren na een paar weken proefverlof braaf naar huis terug.

Nog zoiets. De eerste keer dat ik in een supermarktje in de hooglanden Hollywoodvideo's zag liggen, stond ik bepaald verbaasd te kijken. Ben je zelf net lekker ontsnapt aan de wereld van werken, ICT en TV, blijken de bewoners van dit prachtige romantische oord zelf te willen kijken naar dezelfde entertainment-bagger als bij ons.
Ik verwachtte blijkbaar dat inwoners van Schotland zich voor altijd hebben gedistancieerd van de grote wereld, zoals ik dat ook zo graag zou doen. Een uiterst oneerlijke eis van mij natuurlijk.

Of zoals ik in Ulapul noteerde:
'Gek dat veel inwoners hun land absoluut niet als paradijs zien; ook niet als gevangenis of zo, maar gewoon als woonplaats. De kassières bij de super zijn net zo min-of-meer chagrijnig als overal in Nederland.
Van welk land zouden zij dromen?'

Enfin, voorlopig toch maar niet in Schotland wonen - tenzij een der lezers een leuke baan voor me weet natuurlijk...
In ieder geval onvoorstelbaar is het leven in zo'n black house, dat tot na de oorlog hier normaal was. Door een turfvuur in het schoorsteenloze huis is het er zo rokerig dat je eigenlijk bij de ingang een waarschuwing verwacht hier binnengaan leidt tot impotentie, huidaandoeningen en ander ongerief waarmee de tabak zichzelf in de markt zet.
Elektriciteit, stromend water en riolering hebben hun intree nog niet gedaan. De stal is onderdeel van het huis, buiten ligt de turfvoorraad.

En dan te bedenken dat sommige lieden in onze omgeving maar niet snappen hoe wij thuis zonder magnetron in leven kunnen blijven!

 

 

deel 1: wie er gingen en waarheen
deel 2: Leòdhas - Lewis
deel 3: Na Hearadh
deel 4: An t-Eilean Sgitheanach agus Loch Ailse

 




Dit artikel is geschreven door Wim van Velzen, © 2005.
Op- en aanmerkingen zijn welkom!

De meeste van de foto's in dit vierdelige artikel zijn opgenomen in de volgende portfolio's:
The Great Glen
Lewis: Uig peninsula
Lewis: the North and East
Harris: the West
Harris: the North and East
Skye (2005)
Lochalsh